
Bij het gebruik van zo’n apparaat kunnen de dikke inktlagen er op het eerste gezicht goed uitzien – totdat de bovenste laag hard wordt, terwijl de onderste laag nog zacht blijft. Die ‘latentie’ zorgt voor problemen als vervorming van de randen en het nodige herwerkingsproces.
Het is gewoon natuurkunde. Bij conventionele UV-lampen wordt het grootste deel van de energie geabsorbeerd in de buurt van het oppervlak. Hierdoor krijgt de inkt niet voldoende activatie van de fotoinitiator. Galliumhalide-lampen veranderen dit door meer energie te sturen naar de langere golflengten – 385nm en 405nm – waar de absorptie lager is en de doordringing groter.
Het gaat hier om specifieke controle over het spectrum. De chemie van galliumhalide-lampen maakt het mogelijk om de uitstraling af te stemmen op een hoger niveau in het gebied van 385–405nm, terwijl tegelijkertijd de energie die nodig is voor het harden van het oppervlak behouden blijft. Hierdoor kan de energie dieper in de inkt dringen, zodat zelfs bij dikke lagen het materiaal kan worden gehard.
In de praktijk resulteert dit in een hoger piekwaarde van de irradiatie op het substraatoppervlak, en in een constante energiedichtheid doorheen de hele laag – niet alleen in de eerste paar micrometers.
Dit heeft direct invloed op de productiecapaciteit en het rendement. Bij het gebruik van deze technologie wordt het mogelijk om alle lagen volledig te harden, waardoor er minder problemen zijn met de weerstand tussen de lagen. Je kunt sneller werken, zonder last te hebben van problemen veroorzaakt door het harden van het oppervlak. Ook wordt er minder afval gegenereerd door onvolledig gehard materiaal.
Galliumhalide-lampen werken bovendien koeler dan standaard hoge-drukmerkurssystemen. Dit helpt om de irradiatiewaarden stabiel te houden – vooral op hittegevoelige substructuren.
Als je deze lampen gebruikt, moet je het spectrum van de lamp afstemmen op het fotoinitiatorsysteem van de inkt: 365nm voor het activeren van het oppervlak, 385–405nm voor het harden van de diepere lagen. Zorg ervoor dat de geometrie van de reflectoren en de dichroïsche coating op het apparaat geschikt zijn voor jouw setup, zodat er geen energieverlies optreedt.
Reken erop dat de uitgangsspanning na verloop van tijd afneemt. Plan dus regelmatig vervangingen in, zodat de energiedichtheid binnen de gewenste grenzen blijft. Vergeet ook niet om rekening te houden met het beheer van ozon en de koeling van het apparaat. Als de luchtstroom onvoldoende is, wordt de levensduur van de lamp verkort en zal het spectrale profiel veranderen.