
Op de vloer is de effectiviteit van de sterilisatie alleen zinvol als de intensiteit van het UVC-licht voldoende hoog is. Als de uitgangssterkte van de lamp afwijkt, neemt de dosis die het doel bereikt af – waardoor microbiën kunnen overleven. De enige manier om betrouwbare resultaten te behalen, is door de stralingsintensiteit constant en nauwkeurig onder controle te houden.
Wat technisch gezien belangrijk is:
Wij maken vervangende galliumlampen die een stabiele spectrale uitgangssterkte hebben. Deze lampen zijn zo ontworpen dat ze effectief zijn tegen bacteriën op een golflengte van 254 nm. Op deze golflengte kunnen de lampen rechtstreeks inwerken op DNA en RNA. Het kwartsomhulsel van de lamp en de geometrie van de reflectoren zorgen ervoor dat de stralingsintensiteit over het hele doeloppervlak constant blijft. De uitgangssterkte is geen garantie; deze wordt gemeten in mJ/cm² op het werkoppervlak zelf.
Een gekalibreerd radiometer meet de intensiteit in real time. Het systeem houdt bij hoeveel straling er wordt geabsorbeerd, en niet alleen of de lamp brandt of niet. Door het gebruik van gallium wordt de uitgangssterkte stabiel gehouden, waardoor de stralingsflux constant blijft en de sterilisatie effectief verloopt.
Waarom dit in de praktijk werkt:
In de UVC-chamber zorgt intensiteitsmeting ervoor dat de sterilisatieproces goed wordt gecontroleerd. Wanneer de radiometer de gewenste dosis registreert, is het proces succesvol. Als de intensiteit daalt, geeft de controller dit onmiddellijk aan, zodat er geen foutieve resultaten ontstaan.
De galliumlamp zorgt voor een constante uitgangssterkte, waardoor de microben effectief kunnen worden vernietigd. De monitoring zorgt bovendien voor een transparant verslag dat nodig is voor toezichthouders. Dit leidt tot minder mislukte sterilisaties, betere controle over de productie en minder bedrijfsrisico’s.
Wat je echt moet weten:
Bij de installatie moet je ervoor zorgen dat de lampbasis, de lengte van de bogen en de geometrie van de reflectoren goed passen bij de chamber. Controleer ook of de elektrische compatibiliteit goed is, en zorg ervoor dat de spectrale respons van de radiometer overeenkomt met 254 nm.
Reken erop dat de uitgangssterkte na verloop van tijd afneemt. Plan regelmatige kalibraties in, en vervang de lamp wanneer de intensiteitscurve niet meer boven het minimale niveau ligt.
Houd het kwartsomhulsel en de reflectoren schoon. Stof op deze onderdelen kan de intensiteit sneller verminderen dan op basis van de specificaties te verwachten valt.